Fijn stof

Wat is fijn stof ?

Fijn stof is een verzamelnaam voor kleine deeltjes van verschillende grootte en verschillende samenstelling. Fijn stof staat ook wel bekend als deeltjesvormige luchtverontreiniging of PM. PM staat voor ‘particulate matter’ en geeft de diametergrootte van de stofdeeltjes aan.

PM10-deeltjes hebben een grootte van 10 micrometer. Een micrometer (µm) is een duizendste millimeter. Behalve PM10 bestaat er ook nog PM2,5 (deeltjesgrootte kleiner dan 2,5 µm), een nog fijnere component van fijn stof (PM0,1). PM10, PM2,5, PM1 en PM0,1 definieert men als de fractie van deeltjes met een aërodynamische diameter kleiner dan respectievelijk 10, 2,5, 1 en 0,1 µm. De fractie PM0,1 omvat de ultrafijne deeltjes, de fractie PM2,5 is de som van ultrafijne en de fijne deeltjes en de fractie PM10-2,5 beschrijft de grove deeltjes van de PM10 fractie.


Naast de indeling in diameter kunnen deeltjes onderscheiden worden naar de wijze waarop ze in de lucht zijn gebracht. De fractie groter dan 2,5 µm bestaat vooral uit mechanisch gevormde deeltjes die in de lucht worden gebracht door de wind of antropogene activiteiten, zoals opwaaien bij verkeer en opslag en overslag van bulkgoederen.
De fractie kleiner dan 2,5 µm bestaat vooral uit deeltjes ontstaan door condensatie van verbrandingsproducten of door reactie van gasvormige polluenten tot secundair aërosol.

De chemische samenstelling van fijn stof is zeer divers: mineralen, vezels, zouten, organo-metaalverbindingen en koolwaterstoffen.

Hoe word je blootgesteld aan fijn stof ?

Vooral het verkeer (40%), de industrie (23%) en de landbouw (20%) zijn bronnen van fijn stof. Fijn stof ontstaat als gevolg van verbrandingsprocessen in bijvoorbeeld auto’s (vooral dieselmotoren), elektriciteitscentrales, industriële en particuliere stookinstallaties. Maar het kan ook een gevolg zijn van de op- en overslag van bijvoorbeeld kolen, erts en graan en van slijtage van autobanden en wegen.

Huishoudens leveren ook een aanzienlijke bijdrage door onder meer het stoken van allesbranders en open haarden, de barbecue, het roken van sigaretten en autorijden. De roetdeeltjes die vrijkomen bij het stoken van vb. een open haard hebben een relatief hoog gehalte aan schadelijke stoffen als gevolg van onvolledige verbranding. Bovendien vindt deze vorm van uitstoot plaats in de directe leefomgeving en op leefhoogte. Tenslotte kan fijn stof een natuurlijke oorsprong hebben, vb.: opwaaiend bodemstof en zeezout.

Dankzij effectief nationaal en Europees beleid zijn de emissies van fijn stof sinds 1980 sterk afgenomen. In de periode 1980 – 1998 is de emissie gedaald met circa 55%. De industrie heeft zeer grote reducties van circa 70% gerealiseerd. Deze zijn voornamelijk terug te voeren op procesaanpassingen en de plaatsing van stoffilters. Door verbetering van verbrandingsprocessen bij personen- en vrachtauto’s zijn ook de emissies in de transportsector sterk gedaald. Samen met het Ruhrgebied, delen van Nederland en de regio rond Milaan is Vlaanderen de zwaarst met fijn stof vervuilde regio ter wereld.

Hoe kan de blootstelling aan fijn stof je gezondheid beïnvloeden?

Uit onderzoek blijkt dat er een verband bestaat tussen concentraties fijn stof en gezondheidsklachten. Sommige soorten fijn stof zijn schadelijker voor de gezondheid dan andere. Waarschijnlijk bepaalt de oorsprong van het stof het effect op de gezondheid. Ook de grootte is van betekenis: hoe kleiner de deeltjes, hoe dieper ze in de luchtwegen kunnen doordringen.

Uit het oogpunt van de volksgezondheid is fijn stof een ernstig milieuprobleem. Het is nog niet precies duidelijk hoe de gezondheidseffecten ontstaan. Verondersteld wordt dat de nadelige gevolgen vooral het gevolg zijn van antropogene (door mensen veroorzaakte) bronnen zoals het verkeer. Gezondheidseffecten kunnen al bij een lage blootstelling optreden. Er is geen klassieke drempelwaarde voor fijn stof. Welke normstelling ook zal worden gekozen, de bijbehorende gezondheidseffecten voor de bevolking zijn nooit helemaal uit te sluiten.

Risicogroepen

Een risicogroep is een groep mensen die vatbaarder is voor de risico’s van luchtverontreiniging. We onderscheiden twee risicogroepen.
De eerste groep bestaat uit mensen die meer kans hebben grotere hoeveelheden vervuilende stoffen in te ademen. De tweede groep zijn mensen die gevoeliger zijn voor de inademing van vervuilende stoffen zoals bijvoorbeeld volwassenen met aandoeningen aan de luchtwegen.
Ernstige gezondheidseffecten zoals sterfte en ziekenhuisopname kunnen optreden vooral bij mensen die extra gevoelig zijn, bijvoorbeeld als gevolg van luchtweg- en hart- en vaataandoeningen. Ook ouderen en kinderen lijken extra gevoelig. In de toekomst zal een groter deel van de bevolking extra gevoelig zijn voor fijn stof. Dit komt door de toenemende vergrijzing en het toenemend aantal mensen met astma en hart- en vaatziekten.

Acute en chronische effecten

Acute effecten treden op nadat iemand kort (enkele uren tot enkele dagen) is blootgesteld aan hoge concentraties. In België wordt geschat dat jaarlijks ongeveer 2000 mensen vroegtijdig sterven door inademing van fijn stof. Fijn stof is bovendien de belangrijkste oorzaak voor het verlies aan gezonde levensjaren in Vlaanderen. In 2003 zou fijn stof hier voor het verlies van 25.000 levensjaren verantwoordelijk geweest zijn.

Chronische gezondheidseffecten treden op nadat iemand jarenlang is blootgesteld aan een matige concentratie fijn stof. In België sterven hierdoor jaarlijks mogelijk 10.000 personen vroegtijdig (indicatief: enkele maanden tot maximaal enkele jaren).
Uit onderzoek blijkt dat naast vroegtijdige sterfte fijn stof een toename van klachten aan de luchtwegen, hoesten en benauwdheid, vermindering van de longfunctie, toename van ziekenhuisopname voor luchtwegklachten en hart- en vaatziekten, en overlijden kan veroorzaken.

De kleinere deeltjes dringen het diepst door in de longen. Zo kan PM10-stof door mechanische en toxische inwerking de slijmafvoer in de luchtwegen verstoren, ademhalingsklachten uitlokken en de gevoeligheid voor luchtweginfecties verhogen. Ondermeer de aanwezigheid van polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK’s) in sommige stofdeeltjes bevordert de ontwikkeling van longkanker. Andere toxische bestanddelen van stof kunnen zich na afzetting in de longen nog verder in het (menselijk) lichaam verspreiden via de bloedbaan of het lymfestelsel. Ultrafijne partikels (PM0,1) dringen dieper door in de longen dan grotere partikels, hebben een veel groter oppervlak per eenheidsmassa, en kunnen rechtstreeks in de bloedsomloop geraken.

Er is echter nog onzekerheid over het biologisch mechanisme of over de veroorzakende componenten, waardoor zwevend stof gezondheidsschade veroorzaakt. Evenmin is het duidelijk of het aantal deeltjes dan wel de massa bepalend is voor gezondheidsschade. In het eerste geval zouden dan kleine deeltjes toxischer zijn dan grote. Grof stof kan alleen via het spijsverteringskanaal in het lichaam opgenomen worden.

Macrofagen zorgen voor bescherming tegen ingeademde deeltjes door ze te fagocyteren. Kleinere partikels en oplosbare materialen worden opgenomen en verwerkt door zowel alveolaire macrofagen als door epitheelcellen. Blootstelling aan ingeademde deeltjes resulteert in irritatie en ontsteking van de longen. Dit kan leiden deze tot pulmonaire en cardiovaculaire stress.

Hoe kan je het risico op blootstelling aan fijn stof beperken?

Welke maatregelen kan u zelf nemen?

  • Neem bij korte ritjes de fiets in plaats van de auto
  • Stook verstandig in uw open haard of houtkachel: gebruik geschikte brandstoffen en stook niet bij windstil en mistig weer
  • Gebruik voor langere afstanden zoveel mogelijk het openbaar vervoer in plaats van de auto
  • Probeer zo zuinig mogelijk auto te rijden

Een aantal maatregelen die de overheid neemt

  • Emissiebeperking industrie
  • Emissiebeperking openbaar vervoer
  • Ontwikkeling luchtkwaliteitskaart (www.irceline.be)
  • In de lucht meten van concentratie PM2,5 en nitro-PAK

De uitstoot van fijn stof verder terugdringen is in Vlaanderen moeilijk. Vlaanderen kan beschouwd worden als één groot verstedelijkt gebied, waar fijn stof sowieso hoge waarden bereikt. Bovendien is Vlaanderen dicht bevolkt en heeft het een grote verkeersdichtheid met overwegend dieselwagens. Omwille van de overschrijding (nu al) van de Europese normen en om het optreden van gezondheidseffecten zoveel mogelijk te vermijden, zal Vlaanderen echter werk moeten maken van het terugdringen van het fijn stof.

Zijn er normen om je gezondheid te beschermen?

Omdat fijn stof uit zeer kleine deeltjes bestaat, verplaatst het zich over grote afstanden. Daardoor is niet alle fijn stof in uw provincie uit de provincie zelf afkomstig, maar ook uit andere provincies en het buitenland. Omgekeerd komt een deel van het in uw provincie geproduceerde fijn stof in het buitenland terecht.

De Europese richtlijn 1999/30/EG legt normen op voor de concentratie fijn stof (PM10) in de omgevingslucht.
 
Fijn stof PM10
Middelingstijd
Grenswaarde
Daggrenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens;
24 uur
50 µg/m³ mag niet meer dan 35 keer per jaar worden overschreden
Jaargrenswaarde voor de bescherming van de gezondheid van de mens
1 kalenderjaar
40 µg/m³
 
De norm is uitgedrukt in gewicht (µg) van het PM10 per m³ lucht. Vanuit gezondheidsstandpunt wordt de laatste tijd echter meer het accent gelegd op het belang van de kleinere en dus lichtere fractie PM2,5 en op het totaal aantal en totale oppervlakte van de deeltjes. Voor de bescherming van de gezondheid zou dit relevanter zijn, maar op dit moment bestaan er enkel normen die rekening houden met de massa van het totale PM10.
 
Op 21 mei 2008 werd een nieuwe Europese richtlijn Lucht (2008/50/EG) definitief goedgekeurd. In deze richtlijn zijn grenswaarden en streefdata vastgelegd voor PM2,5. Deze richtlijn wordt van kracht op de dag van publicatie in het Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen. Dit wordt voorzien in juni 2008.
 
Richtlijn:
  • Tegen 2010 wordt een streefwaarde van 25 µg/m³ vooropgesteld
  • Tegen 2015 wordt 25 µg/m³ een grenswaarde
  • Tegen 2020 wordt naar een vermindering van de blootstelling ten opzichte van 2010 gestreefd.

 

Ook zijn er richtlijnen voor de maximale hoeveelheden die industriële en chemische installaties en auto’s (personen en vracht) mogen uitstoten.

Voor het binnenmilieu gelden volgens het Binnenmilieubesluit (B.S. 19-10-2004):

  • Voor PM2,5 (met een uitmiddelingstijd van 1 jaar.) ≤ 15 µg/m³ als richtwaarde
  • Voor PM10 (met een uitmiddelingstijd van 24 uur.) ≤ 40 µg/m³ als richtwaarde

Referenties



keer terug naar de vorige pagina