Ozon is een sterk reactieve, onstabiele verbinding van drie zuurstofatomen. Het woord komt van het Griekse ozein, dat ruiken betekent; het gas heeft een typische geur die je soms kan ruiken in slecht geventileerde plaatsen met veel (oude) kopieermachines of na een onweer met veel bliksems. De chemische formule is O3.
Ozon is een "secundaire" polluent wat wil zeggen dat het niet rechtstreeks wordt uitgestoten door het verkeer, industrie, ... maar het wordt gevormd door de inwerking van zonlicht op warme zomerdagen op een cocktail van vervuilende stoffen. Deze ozon "precursoren" of voorlopers van ozon zijn stikstofoxiden (NOx) en vluchtige organische stoffen (VOS). Het verkeer is de grootste (50%) leverancier van de componenten waaruit ozon gevormd wordt.
Ozon in de ozonlaag (in de stratosfeer op een hoogte van 15 tot 45 km) beschermt het aardoppervlak tegen de schadelijke UV-stralen van de zon. Ozon in de onderste luchtlagen (de troposfeer), op leefniveau, beschermt ons niet tegen UV-straling. Een hoge concentratie ozon aan het aardoppervlak veroorzaakt zelfs nadelige effecten op zowel mens, dier als op planten en materialen.
Ozon ontstaat in de buitenlucht zowel in de zomer als in de winter, maar tijdens warm zomerweer worden de hoogste ozonconcentraties waargenomen. Indien er ozon in de lucht aanwezig is, wordt iedereen in meer en mindere mate door de inademing van deze lucht aan ozon blootgesteld. Naast de plaatselijke vorming en opslag in de omgevingslucht, kan ook ozonaanvoer uit andere gebieden en vanuit hogere lagen van de atmosfeer de concentratie aan de grond aanzienlijk doen toenemen. De ozonconcentraties in de stedelijke agglomeraties zijn meestal lager dan deze op het platteland.
Het ozon kan ook het huis binnendringen, ondermeer via luchtverversingsinstallaties. Maar het wordt daar zeer snel afgebroken. Sommige laserprinters en fotokopieerapparaten werken met elektrische ontladingen om de inkt op het papier te brengen. Tijdens die ontladingen wordt telkens wat zuurstof omgezet in ozon. Bij langdurig en frequent gebruik kan de concentratie daardoor oplopen. De nieuwste modellen werken niet meer met elektrische ontladingen of zijn voorzien van een ozonfilter. Binnenshuis vormt ozon echter zelden een probleem.
Door zijn sterk oxiderend vermogen kan ozon een aantal gezondheidseffecten veroorzaken: oog-, neus- en keelirritaties, een verlaging van de longcapaciteit, ontstekingen en een overgevoeligheid van de luchtwegen. Het optreden van deze symptomen is afhankelijk van verschillende factoren :
Op lange termijn zou ozon bij de hele bevolking tot aantasting van de luchtwegen kunnen leiden. Er kan ook een toename zijn van allergieën en aantasting van ons immuniteitssysteem.
Een aantal voorzorgsmaatregelen kan de effecten beperken. Uit hetgeen voorafgaat is het duidelijk dat de effecten van ozonepisodes vermeden of beperkt kunnen worden door tijdens de middag of de vroege avond (12-20 uur) zware inspanningen buitenshuis te vermijden. Deze maatregelen dienen genomen te worden door mensen met een individuele gevoeligheid van de luchtwegen en kinderen vanaf de 180 µg/m³. Vanaf 360 µg/m³ dient dan de ganse bevolking deze voorzorgsmaatregelen te volgen. Indien er desondanks toch nog gezondheidsklachten optreden is het nuttig en aangewezen de huisarts te raadplegen, die het best op de hoogte is van de persoonlijke gezondheidstoestand van de patiënt en dus het best geplaatst om bijkomend persoonlijk advies te verstrekken.
Een blootstelling gedurende 8 uur aan ozonconcentraties van meer dan 120 microgram per kubieke meter (µg/m3) kan tijdelijk een merkbare vermindering van de longfunctie veroorzaken. Precies daarom heeft de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) 120 µg/m3 weerhouden als richtwaarde voor de gemiddelde ozonconcentratie gedurende acht uur.
De Europese Unie werkt onder andere met richtlijnen, die binnen een welbepaalde termijn omgezet moeten worden in de wetgeving van de lidstaten. De richtlijn 92/72/EEG gaat rechtstreeks over ozonvervuiling en stelt grenswaarden voor ter bescherming van de volksgezondheid en de vegetatie. Ze harmoniseert de uitwisseling van informatie en regelt wanneer de bevolking gewaarschuwd of zelfs gealarmeerd moet worden bij overschrijding van bepaalde ozonwaarden.
De Europese drempel voor het informeren van de bevolking is een uurgemiddelde, met name 180 µg/m3 (er wordt een uurgemiddelde genomen om geen acht uur te moeten wachten vooraleer de mensen kunnen geïnformeerd worden over hoge piekwaarden). Bij het overschrijden van deze informatiedrempel wordt de bevolking door IRCEL via de weerberichten op radio en televisie verwittigd.
Bij overschrijding van de EU alarmdrempel (240 microgram ozon per kubieke meter) gelden dezelfde waarschuwingen. Daarenboven raadt men de organisatoren van sportieve, culturele of recreatieve evenementen in de buitenlucht aan, de deelnemers en de toeschouwers op een correcte manier te informeren over de situatie. Desgevallend raadt men hen aan het evenement te verplaatsen naar uren waarop de ozonconcentraties en de temperaturen minder hoog zijn.