RESULTATEN - RESULTATEN - RESULTATEN 

cadmium in bloed

cadmium in urine

arseen in urine

lood in bloed bij kleuters

hoe ervaren de inwoners de zware metalen problematiek?

expertenconsultatie over resultaten

wat betekenen de resultaten voor de gezondheid?

De 5 belangrijkste conclusies

Hoe verder, wat doen met de resultaten?

preventie blijft belangrijk !

folder - eindrapport - deelrapporten

Meer info - preventietips - contactgegevens

 

 


Cadmium in bloed volwassenen

In de onderzoeksgebieden S en R werden bij de deelnemers ongeveer even hoge gehaltes cadmium in bloed gemeten. Wel is er een duidelijk verschil met het controlegebied HE, waar het gehalte lager is. In alle 3 gebieden liggen de gemiddelde waarden onder de richtwaarde. 3% van alle deelnemers hebben een cadmiumgehalte boven de richtwaarde.
 
 
Vergelijking met het onderzoek van Prof. Staessen
Zowel voor referentiegebied HE als voor onderzoeksgebied S stellen we een daling vast in bloed cadmium (ng/l). Van 1985-1989 tot 2006 daalde het gemiddelde cadmiumgehalte in bloed met 53% in referentiegebied HE; in onderzoeksgebied S is dit ook 53%. De daling is vergelijkbaar in de gebieden rond de fabriek en het referentiegebied.
 
 

Cadmium in urine volwassen

Wat betreft het cadmiumgehalte in urine werden de hoogste waarden gemeten in de ruimere omgeving R. Er is een duidelijk aantoonbaar verschil met het controlegebied HE. Tussen de zone S en HE is er geen duidelijk verschil. In de drie gebieden ligt de gemiddelde waarde onder de richtwaarde (660 ng/g creatinine). Toch zitten 32% van alle deelnemers boven de richtwaarde.
 
 

Vergelijking met het onderzoek van Prof. Staessen
Het gehalte aan urinair cadmium is in HE en in S significant gedaald van 1985-89 naar 1991-1995; en van 1991-1995 naar 2006. De daling is sterker in de gebieden rond de fabriek dan in het referentiegebied. Van 1985-1989 tot 2006 daalde het gemiddelde urinair cadmiumgehalte met 35% in referentiegebied HE; in onderzoeksgebied S is dit 55%.

 
 

Arseen in urine volwassen

Er werden geen duidelijk aantoonbare verschillen gevonden tussen de drie gebieden. De gemiddelde gehaltes liggen onder de richtwaarde (10 µg/g creatinine). Van alle deelnemers zit 14% boven de richtwaarde. 
 
 
Vergelijking met het onderzoek van Prof. Staessen
Voor referentiegebied HE en onderzoeksgebied S stellen we een statistische significante reductie vast in toxicologisch relevant arseen (µg/g crea). De reductie is verschillend in de twee gebieden. Voor onderzoeksgebied S en voor referentiegebied HE waren de dalingen van de periode 85-89 naar 91-95, en van 91-95 naar 2006 statistisch significant. Het gehalte opgemeten in 2006, in Hechtel- Eksel is gedaald met 46% t.o.v 1985-1989, in onderzoeksgebied S met 78%.
 
 

Lood in bloed kleuters

De kinderen die in een straal van 2 km rond de fabriek naar school gaan, hebben gemiddeld meer lood in hun bloed in vergelijking met het controlegebied. Zowel in het onderzoeksgebied als in het controlegebied hebben kleuters veel minder lood in het bloed dan de richtwaarde (10 µg/dl).
 
 

Hoe ervaren de omwonenden de zware metalen problematiek?

De helft van de deelnemers in de onderzoeksgebieden R en S ervaart de aanwezigheid van zware metalen in hun gemeente als een probleem. In het controlegebied HE is dit slechts 21%.
 
 
Meer dan 4 op 10 deelnemers in de nabije omgeving (S) en ongeveer 3 op 10 deelnemers in de iets ruimere omgeving (R) kent voorzorgsmaatregelen en past ze toe. In het controlegebied is dit slechts ongeveer 1 op 10.
 
 
De deelnemers konden aanduiden wie moest instaan voor de oplossing van de problematiek. Op de eerste plaats kwam de fabriek, gevolgd door de Vlaamse overheid en tenslotte de lokale overheid. De bevolking werd door zeer weinig deelnemers aangeduid.
 
Bij de vraag over hoe de bevolking betrokken moet worden bij de aanpak van het probleem antwoordden de deelnemers dat ze vooral via intensievere vormen van dialoog en overleg betrokken wilden worden; werkgroep met vertegenwoordigers, raadplegingen via hoorzittingen.
 
 

Expertenconsultatie

Tijdens het verwerkingsproces van de resultaten werden externe experten in een vroege fase betrokken bij de interpretatie van de resultaten. De experten, met zowel expertise in het gezondheidskundige, volksgezondheidskundige als het milieukundige luik, beoordeelden tijdens een ééndaags discussieforum de opzet, de verwerking, de betekenis en de interpretatie van de resultaten. Enige tijd voordien ontvingen ze informatie over de gevolgde methodologie in alle onderdelen van het onderzoek.

De expertenconsultatie resulteerde in een uitermate boeiende gedachtewisseling tussen de technische werkgroep en de experten. Algemeen werd door de experten gesteld dat de huidige studie een goed uitgevoerde dwarsdoorsnede studie is zonder grote hiaten of knelpunten. Uiteraard werden voor alle luiken inhoudelijke aandachts- en discussiepunten besproken, die zo goed las mogelijk werden meegenomen in de verdere verwerking en bespreking van de resultaten.

 


Wat betekenen de resultaten voor de gezondheid?

Hoe komen de mensen in het onderzoeksgebied in contact met zware metalen?
Het onderzoeksteam heeft uit de combinatie van milieumetingen en metingen in de mens kunnen afleiden dat de lokale bevolking vooral via voeding (inclusief zelfgeteelde groenten) in contact komen met de zware metalen cadmium en arseen. Voor arseen komt ook drinkwater naar voren als bepalende factor. Mensen die roken komen sowieso meer in contact met zware metalen.
 
Waar is de belasting het grootst?
Voor cadmium ligt de lichaamsbelasting hoger in de ruimere omgeving dan in de zeer nabije omgeving van de fabrieken. Mogelijks kan dit verklaard worden door de grotere aandacht die besteed werd in de nabije omgeving aan preventie.
 
Wie komt het meest in contact met zware metalen?
De cadmiumbelasting in de nieren is het grootst bij ouderen die al in de regio woonden toen de vervuiling groter was. Inwoners die nu jonger dan 50 jaar zijn, hebben een beperkt risico om op hun 50ste de richtwaarde voor cadmium te overschrijden. Baby’s die nu geboren worden hebben een zeer kleine kans dat ze de richtwaarde voor cadmium overschrijden op hun 50ste.
 
Hebben kleuters teveel lood in hun bloed?
De loodwaarden in het bloed van de kleuters ligt hoger in het onderzoeksgebiedgebied, maar ver beneden de huidige richtwaarde.
 
Groter risico op longkanker?
Cadmium is een kankerverwekkende stof. Inademen van cadmium kan longkanker veroorzaken. Berekeningen tonen aan dat het risico op longkanker hoger is in de directe omgeving (S) van de fabrieken. Als er 1 miljoen mensen hun hele leven in de directe omgeving met de huidige luchtconcentraties zouden wonen, zouden er 3 extra longkankers voorkomen als gevolg van de aanwezigheid van cadmium.
 
 
Gezondheidseffecten van cadmium, arseen en lood
Cadmium kan de nierwerking verstoren, de botsterkte verminderen en longkanker veroorzaken bij inademing. Arseen kan huidveranderingen, bloedarmoede, tintelingen van de ledematen en kanker veroorzaken vooral van de longen en de huid.
Bij jonge kinderen kan contact met lood een nadelige invloed hebben op de ontwikkeling van het zenuwstelsel en de intelligentie. Lood kan leiden tot achterstand van de fijne motoriek of tot concentratiestoornissen. Wanneer kleuters langdurig met hogere dosissen lood in contact komen kan lood leiden tot bloedarmoede, verstoorde werking van de zenuwbanen en van de nieren. Lood is, bij langdurig (tientallen jaren) contact, waarschijnlijk kankerverwekkend.
 
 

De 5 opmerkelijkste conclusies:

De cadmiumbelasting in de nieren is het grootst bij ouderen die al in de regio woonden toen de vervuiling groter was. Inwoners die nu jonger dan 50 jaar zijn, hebben een beperkt risico om op hun 50ste de richtwaarde voor cadmium te overschrijden. Baby’s die nu geboren worden hebben een zeer kleine kans dat ze de richtwaarde voor cadmium overschrijden op hun 50ste.
 
Bovenstaande geldt enkel wanneer u preventiemaatregelen toepast !
De conclusies
  1. De omwonenden komen in vergelijking met het controlegebied nog steeds meer in contact met cadmium. Bij kleuters ligt de loodbelasting hoger in het onderzoeksgebied, maar wel duidelijk beneden de richtwaarde.
  2. De lichaamsbelasting is in de loop der jaren duidelijk gedaald, gemiddeld tot beneden de geldende richtwaarden. Vooral de mensen die al in de regio woonden toen de vervuiling groter was, hebben nog steeds een hoge lichaamsbelasting en een hoger gezondheidsrisico.
  3. Voeding blijkt nog steeds één van de belangrijkste bronnen van zware metalen voor de mens.
  4. We verwachten dat ook in de toekomst nog de gemiddelde lichaamsbelasting verder zal blijven dalen.
  5. De maatregelen die doorheen de jaren werden genomen, inclusief de preventieve maatregelen die de mensen zelf kunnen nemen, werken.
 

Hoe verder ? Wat doen met de resultaten?

Doel is om samen met experten, lokale actoren, lokale gemeenschappen en het bedrijf te onderzoeken of de resultaten aanleiding moeten geven tot nieuwe acties of maatregelen. Door samen werken aan het probleem, is de aanpak efficiënter en gedragen door alle betrokken actoren.
 
Daarom worden de resultaten van het onderzoek de volgende maanden verder beleidsmatig geïnterpreteerd en dit in samenwerking met verschillende wetenschappelijke experten, zowel op milieu- als op gezondheidsvlak.
 
Op basis hiervan zal in de herfst samen met de lokale milieu-adviesraden, lokale gezondheidsactoren zoals huisartsen, de stuur- en begeleidingsgroep, en het bedrijf verder gewerkt worden aan mogelijke preventieve beleidsacties op het vlak van milieu en gezondheid.
 
Op deze manier zal de overheid op basis van alle nodige kennis en inzichten, en samen met het bedrijf, de bevolking en de lokale actoren, blijven verder werken aan de aanpak van de historische metaalvervuiling in de Noorderkempen. 
 
 
Timing
  • Najaar 2008: consultatie experten/lokale adviesraden (GMINA, SBG, …)
  • Beleidsaanbevelingen worden bestudeerd door overheden
  • Eind 2008: bekendmaking mogelijke verdere acties
 
Meer info over deze plannen, contacteer de Medisch Milieukundigen bij het LOGO
 

Folder - presentatie - eindrapport - deelrapporten

folder en presentatie


eindrapport en deelrapporten (worden binnenkort geplaatst)

  • samenvattend eindrapport
  • vergelijking onderzoeksresultaten Prof. Staessen
  • Deel A Rekrutering en staalname deelnemers

  • Deel B Analyse bloed- en urinestalen

  • Deel C volwassen - Deel C kleuters Statistische verwerking en ondersteuning

  • Deel D Uitvoeren van milieumetingen voor bepalen externe belasting zware metalen in de Noorderkempen

  • Deel E Geïntegreerde risicoanalyse van de cadmium- en arseenbelasting in de Noorderkempen

  • Deel F Perceptieonderzoek

  • Deel G Procesevaluatie

     

Meer info

  • Meer gezondheid, minder Zware metalen: algemene folder over zware metalen. De folder bestaat uit een mapje en insteekblaadjes (klik op het metaal) over cadmium, lood en arseen. de folder informeert over tips om contact met zware metalen zoveel mogelijk te vermijden.
  • Groenten telen, onder voorwaarden: uitgebreide brochure voor tuinliefhebbers uit de vervuilde regio die graag nog groenten in eigen tuin willen telen. De brochure geeft duidelijk aan wat nog mogelijk is. Heel wat tips en aanbevelingen tonen aan hoe in de regio veilig groenten kunnen geteeld worden.

  • preventietips

Alle info, documenten, rapprten, folders, verslagen en presentaties kan je ook vinden in onze documentenzone. klik op 'downloads' en dan op 'blootstellingsonderzoek Noorderkempen' of op 'zware metalen'

Nog vragen? Neem contact op met de Medisch Milieukundigen 


Het onderzoek, dat mede tot stand kwam op initiatief van de administraties Leefmilieu (Departement LNE, VMM en OVAM) en Volksgezondheid (afdeling Toezicht Volksgezondheid), werd uitgevoerd door een uitgebreid consortium , en kadert in de uitvoering van een aantal actiepunten van het Cadmium Actieplan. Dit plan werd begin 2006 voorgesteld door voormalig Vlaams minister voor Leefmilieu Kris Peeters en voormalig Vlaams minister voor Volksgezondheid Inge Vervotte en geeft antwoord op vijf belangrijke vragen.

Het consortium bestaat enerzijds uit de opdrachtgevers van de Vlaamse Overheid (het Vlaams Agentschap Zorg en Gezondheid, afdeling Toezicht Volksgezondheid; het Departement Leefmilieu, Natuur en Energie; OVAM; VMM) en de Medisch Milieukundigen bij het LOGO, en anderzijds de onderzoeksinstellingen (Provinciaal Instituut voor Hygiëne van Antwerpen; Vlaamse Instelling voor Technologisch Onderzoek,;Universiteit Hasselt; Universiteit Antwerpen en het Algemeen Medisch Labo).

 


keer terug naar de vorige pagina