Dossier Verkeer - Aandachtspunten voor lokaal beleid

Aandachtspunten voor lokaal beleid

Dikwijls denken lokale besturen: “Lokaal kunnen we niets doen aan de luchtverontreiniging. Dit is een internationaal probleem en moet dus Vlaams of zelfs Europees aangepakt worden.” Het klopt dat het niet mogelijk is om de totale achtergrondconcentratie van de belangrijkste vervuilende stoffen te laten dalen zonder samenwerking op Europees niveau. Maar uit studies blijkt dat wonen bij drukke wegen wel degelijk een lokale, belangrijke impact kan hebben: de concentraties aan luchtvervuilende stoffen door verkeer (bijvoorbeeld fijn stof en stikstofoxiden (NOx)) en de hinder door het verkeer kunnen plaatselijk sterk verhoogd zijn. Deze “extra pieken” kunnen lokaal wel beïnvloed worden.
 
Een gemeente kan op verschillende manieren bijdragen tot een vermindering van de gezondheidsschade door verkeer. We kunnen ze opdelen in drie groepen:
  1. Preventie
  2. Ken je gemeente
  3. Maatregelen op vlak van mobiliteit en infrastructuur

Preventie

De bedoeling van preventie is zorgen voor minder uitstoot. Aanpak aan de bron is nog steeds het belangrijkste principe voor de verbetering van de milieu- en gezondheidskwaliteit. Daarom worden de milieu- en geluidsnormen voor nieuwe wagens steeds strenger.
 
Een gemeente kan ook haar steentje bijdragen. Enkele voorbeelden:
  • Ondersteunen van acties die het gebruik van de wagen voor korte afstanden tegengaan, zoals “Korte-rittencontracten”, “Met belgerinkel naar de winkel”,… 
    Deze acties zijn niet enkel goed voor het verminderen van gezondheidsschade door luchtvervuiling, ze zorgen ook voor directe gezondheidswinst doordat mensen meer gaan bewegen;
  • Kiezen voor een duurzaam (gezonder) wagenpark voor gemeentelijke diensten;
  • Stimuleer eigen personeel om duurzamer (en dus gezonder!!) te rijden en/of duurzamer (en dus gezonder) vervoer te kiezen;
Hou er rekening mee dat specifieke doelgroepen (schoolkinderen, senioren, … ) best een aparte aanpak vragen.
 
Naar boven

Ken je gemeente

Voordat men de stap zet naar meer fundamentele maatregelen, is het belangrijk om de situatie in de gemeente goed in kaart te brengen:
  • Hoeveel mensen in je gemeente worden gehinderd door het verkeer? In het Schriftelijk Leefomgevingsonderzoek vind je cijfers per provincie en voor heel Vlaanderen. Sommige gemeenten beschikken over cijfers voor haar eigen grondgebied of krijgen regelmatig klachten van bewoners. Overleg hiervoor met je gemeentelijke mobiliteitsdienst, milieudienst, technische dienst, eventuele gezondheidsdienst, dienst Ruimtelijke ordening,…
  • Ga na of er een meetpunt van de Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) in je gemeente staat waardoor je over relevante luchtkwaliteitgegevens kan beschikken. Hiervoor kan je terecht op www.ircel.be. Hier kan je ook de achtergrondconcentraties in je gemeente nagaan: hoe hoger deze zijn, hoe sneller het verkeer lokaal een verzwarende invloed zal hebben op de concentraties;
Naar boven

Maatregelen op vlak van mobiliteit en infrastructuur

Als je meer wil dan preventieve maatregelen nemen en als uit de omgevingsanalyse blijkt dat er lokaal problemen zijn op vlak van verkeer en gezondheid, kan je als gemeente verder gaan:
  • Stel indien nodig een actieplan op om de knelpunten aan te pakken. Voorbeelden van actiepunten zijn: het bevorderen van de doorstroming van het verkeer, het verlagen van het aandeel vrachtverkeer, …. Meer info vind je op deze website van LNE.
  • Ga na hoe je de problematiek verkeer en luchtverontreiniging opneemt in de samenwerkingsovereenkomst, cluster mobiliteit.
  • Hou indien nodig overleg met naburige gemeentes en provinciale overheid over het te volgen verkeersbeleid.
  • Hou rekening met luchtverontreiniging bij het aanleggen/wijzigen van verkeersinfrastructuur. Meer info vind je op deze website van LNE.
  • Hou zoveel mogelijk rekening met de uitstoot van bijkomend (zwaar) verkeer bij toekenning/advisering milieuvergunningsaanvragen, , zeker bij gevoelige locaties. Hierbij is overleg tussen verschillende gemeentelijke diensten soms noodzakelijk (milieudienst, mobiliteitsambtenaar, gezondheidsdienst,…). Overweeg bijvoorbeeld het opleggen van een mobiliteitsplan.
  • Vraag ondersteuning bij de provinciale “mobiliteitsdienst”.
  • Stimuleer fietsverkeer door voldoende fietsstallingen over gans de gemeente te voorzien, eventueel subsidies uitgeven voor aanschaf en onderhoud van fietsen, eventueel gemeentelijke fietsonderhoudsdienst aan te bieden (PWA, sociale tewerkstelling, senioren, enz).
  • Voorzie in ruimtelijke ordening (bijvoorbeeld Ruimtelijke Uitvoeringsplannen(=RUP)) ruimte voor de zwakke weggebruiker.
Naar boven


keer terug naar de vorige pagina